2012 - Een galactische visie

Er wordt steeds vaker verteld dat we naar een nieuwe tijd gaan waarin het bewustzijn van de mens ongekende proporties zal aannemen. Je hoort spreken over nieuwetijdskinderen, gereïncarneerde goden en energieën waarvan de mogelijkheden de wildste fantasie overtreffen. Ik weet soms niet wat ik ervan moet denken en probeer het zo weinig mogelijk mijn beeld te laten vormen. Men verhaalt over een poolkanteling en over het naderen van een groteske immense planeet, over bewustzijnsveranderingen of drastische veranderingen in het menselijke gedrag. Scenario´s die zo uit een Hollywoodfilm kunnen komen.

Ik heb moeite om te geloven dat er zo snel een poolkanteling zal gebeuren. Aan het gebeuren zelf heb ik geen twijfel, want het bestaan van poolkantelingen is bewezen en er zit met zekerheid een volgende aan te komen, maar de meest pessimistische (en discutabele) wetenschappelijke schattingen geven ons nog ruim 100 jaar. Ik ben overtuigd dat, indien we binnen 10 jaar een poolkanteling zullen meemaken, de wetenschap dat nu al met zekerheid zou kunnen zeggen. Aanhangers van samenzweringen zouden nog kunnen opwerpen dat regeringen en/of geheime genootschappen ons die kennis zouden ontzeggen, maar ik geloof dat gewoon niet. Dergelijke feiten zou men onmogelijk lang geheim kunnen houden. Onze generatie is dus, denk ik, veilig op dat gebied.


Niburu doet er niet toe


Op het world wide web is de afgelopen jaren veel geschreven over planeet X. U kent dit hemellichaam misschien onder de naam Niburu, Marduk of Nemesis. De planeet die volgens oude Sumerische legendes als thuisbasis van de goden fungeert zou zich ergens in ons zonnestelsel moeten bevinden. In een lange elliptische baan van 3600 jaar draait hij rond de zon. Wanneer hij te dicht bij de aarde komt, staan ons grote rampen te wachten. De doemliefhebbers, onder leiding van de dubieuze personages Nancy Lieder en Mark Hazlewood, hebben jaren geroepen dat Niburu in mei 2003 om de hoek zou komen kijken maar helaas, we leven nog. (Dit met uitzondering van een groep sektarische Japanners die diezelfde maand zelfmoord pleegde uit angst voor de komst van de planeet.)

Het hele verhaal over de komst in mei 2003 was discutabel. Met bij elkaar gerafelde theorieën en voor de rest gechannelde informatie werd een ‘mooi’ verhaal gebreid. Maar wie ging speuren kwam algauw opcontradicties. Na verloop van tijd werd duidelijk dat er meerdere malen met vervalsingen was gewerkt. Er moest blijkbaar een bepaald doel bereikt worden. Zoals ieder populair verhaal had dit veel marketing en sensatie eigenschappen in zich. Dergelijke praktijken gebeuren wel vaker rondom 2012-gerelateerde onderwerpen. Het is namelijk moeilijk om niet te vervallen in ‘wat als’-scenario’s. Niet iedereen kan de fantasie beheersenconform de realiteit. Echt gebaat zijn we niet wanneer de destructieve kant van het verhaal buiten proportie wordt geschetst. Evenals een te opgeblazen constructief effect van de samenstand niet voor verhelderende inzichten omtrent het onderwerp zullen zorgen. Trop is trop, en teveel is in alle gevallen teveel.

Zecharia Sitchin, een grondlegger van de ontcijfering van de Sumerische kleitabletten gelooft in het bestaan van Niburu. Hij vestigde als eerste de aandacht op het bestaan van de planeet. Sitchin spreekt zich niet uit over een terugkeer ervan, waardoor Lieder en Hazlewood als enigen (zonder succes) hun Apocalyps blijven prediken.

Wanneer we enigszins in de fantasie meegaan en stellen dat Niburu tóch in onze nabije omgeving is, dan valt het niet begrijpen waarom geen enkele astronoom deze zo felbegeerde planeet kan vinden en duidelijk weet aan te wijzen. Een naburige planeet die vier keer zo groot als de Aarde is mist zelfs een amateur met zijn simpele telescoop niet. Voeten op aarde, mensen…
De komst van de onbekende planeet, als hij al überhaupt bestaat, kan wat mij betreft uit de lijst van aanvaardbare 2012-theorieën geschrapt worden.


De Zon als oorzaak ?


Géén poolkanteling dus en geen grote planeet die de Aarde een smakkerd komt geven. Toch is er iets aan de hand dat we niet helemaal kunnen verklaren. Het heftige gedrag van de Zon, sinds november 2003, bevestigt het vermoeden dat er iets nakende is. Dat ons magnetisch veld daardoor schommelingen vertoont, weten we ook al. Online valt bijna real-time te zien hoe de zon rond zijn eigen as draait. Op de foto’s en video’s zien we duidelijk de evolutie van de zonnevlekken.

In het nieuws horen we met grotere regelmaat berichten over de zon en diens schadelijke gevolgen. De abnormale activiteit van de Zon valt nu eenmaal niet te ontkennen in een tijdperk waarin de mensheid zowat zweeft op de zelfgemaakte radiogolven. Dankzij de magnetosfeer van de aarde worden we beschermd, maar dat is voor de Zon geen belemmering. Met zijn meedogenloze stralen kan hij ongenadig vernietigend te werk gaan en mept hij ons zonder pardon om de oren met droogte en schadelijke ziekten. Een satellietje meer of minder laten draaien, of de hens in elektro-apparatuur zetten, is voor de koperen ploert eveneens geen probleem. Gelukkig is onze gouden ster ook verantwoordelijk voor veel kwaliteiten die ons dagelijks leven bepalen. Denk maar aan de duur van een zwangerschap en het rechtop - in de richting van de zon - groeien van een stevige boom.

In februari 2001 kantelden de polen van de Zon. Volgens de gangbare 11-jarige zonnecyclus had dat al in 2000 moeten gebeuren. Wonderbaarlijk genoeg was de volgende kanteling dan weer 10 jaar te vroeg, namelijk in oktober 2001. Het is dus logisch dat er in deze tijd connecties tussen de Zon en 2012 gemaakt worden. Een andere oorzaak is het bestaan van de oude zonnereligies. Inzake 2012 worden de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Inca’s het meest genoemd. Deze volkeren hadden een stellaire religie die we tot op zekere hoogte kunnen doorgronden aan de hand van hun mythes, heiligdommen en andere overblijfselen. Uit de interpretatie van de archeologische vondsten van deze volkeren zijn meerdere theorieën gegroeid.

Sommige slaan nergens op, andere blijven staan door de feitelijkheid. Waarom kunnen interpretaties fout zijn? Men hoeft maar een oude stok met 13 inkepingen te vinden en er wordt aangenomen dat het een oude Maankalender betreft die afstamt van een matriarchaal tijdperk. Wanneer feiten ontbreken is een interpretatie meestal te zwak om algemeen aangenomen te worden, maar jammerlijk genoeg worden ze als algemeen gedachtegoed geadopteerd door onderzoekers en navolgelingen die op die manier weer grond genoeg menen te hebben voor volgende speculaties. Zo raakt de geschiedenis wel ingevuld.


Een samenstand, invloedrijker dan de Zon


Een treffend voorbeeld van een onderzoeker die de zaken in een eigen verzonnen geschiedenis probeerde te persen is ingenieur Maurice Cotterell. Met behulp van een lading wiskunde die de gemiddelde lezer ver boven de pet gaat probeert hij, gespreid over enkele boeken, te bewijzen dat de einddatum een poolkanteling inluidt. De oorzaak hiervan zouden de zonnevlekken zijn.

John Major Jenkins ging met de moker aan de slag en van de theorieën bleef geen spaan heel. Verstopt in het appendix van zijn indrukwekkende boek 2012 - Maya Cosmogenesis vertelt hij wat niet klopt aan de mening van Cotterell. Naast het feit dat de gebruikte wiskunde verblindend (en overbluffend) inwerkt op de lezer liet Cotterell grote steken vallen. Zo wijzigde hij de bloei- en ineenstortingperiode van het Maya-rijk zodat het binnen de lijnen van zijn theorie viel en gebruikte hij getallen die ‘bij benadering’ te vinden waren in de Dresdencodex. Wat heb je aan perfecte formules als zelfs de constanten variabelen zijn ?

Jenkins is uitvoerig en feitelijk in zijn redevoering, waardoor ik Cotterell weliswaar moet betitelen als een uitstekende researcher (want dat blijft hij), maar met eenconclusie die nog niet in de eindfase is.

Ik blijf nog even stilstaan bij John Major Jenkins.

Hij is het type dat niet van speculeren houdt. Ik zou hem met gemak onder de oude wijzen kunnen scharen, een onderschat genie met een ongelooflijke honger naar kennis. Hij betreedt vrijwel onbegaanbare wegen en dichtbegroeide jungles om antwoorden op zijn vragen (en die van ons) te vinden. Hij duidde aan dat er rond 21 december 2012 een hemelse samenstand zal plaatsvinden en dat het dieconjunctie was die de Maya’s zo bezig hield.

Door de bergstructuur in hun streek te gebruiken konden de Maya’s de samenstand visueel maken, zodat hun mythes (net zoals bij de Inca’s) tecorreleren waren aan bepaalde momenten in de geschiedenis. John toonde aan dat de Maya’s een volledige stad, Izapa, aan 2012 hadden gewijd. Hij onderzoekt de feitelijkheid van de samenstand en heeft daarin zijn primaire doel bereikt. De samenstand zou volgens hem de oorzaak zijn van een bewustzijnsverandering. Een geloof dat ik met hem deel en verder zou willen uitdiepen aan de hand van de sleutels die hij me heeft aangereikt.


Een breuk van ruimte en tijd


De Maya’s beschreven 21 december 2012 als de overgang naar een nieuwe bewustere wereld. Dat klinkt alvast niet zo negatief als een desastreuze poolkanteling. Als we de Inca’s mogen geloven gebeurde die overgang door middel van een tijdruimte-breuk. Die specifieke omschrijvingen waren tijdens mijn 2012-onderzoek heel nuttig.

Mijn doel is onderzoeken hoe we onze kennis van tijd, ruimte en heelal kunnen koppelen aan het 2012-scenario. Immers, waarom zouden zij, die niet in de oude kalenders van de Maya´s willen geloven, aannemen dat 21 december 2012 géén moment uit duizenden is? Als je de achtergronden van de kalenders niet kent is het bijna logisch dat je deze onheilspellende voorspelling niet ernstig neemt.

In die gevallen moeten we ons echter op zijn minst afvragen wat er volgens onze natuurwetten zou kunnen plaatsvinden. De geordendheid van de natuurwetten zorgt ervoor dat alle banen van de planeten ongeveer in een effen vlak lopen. Dat vlak, dat het resultaat is van een kosmologisch streven naar balans, noemen we de ecliptica. Omstreeks de einddatum zal een unieke samenstand plaatsvinden, zo weten we zeker. Jenkins heeft in zijn boek (2012 Maya Cosmogenesis) aangetoond dat de Zon, de ecliptica en het centrum van de Melkweg tijdens de overgang van herfst naar winter op 1 exacte lijn staan.

Gedetailleerd toont hij aan hoe de oude Maya’s vooruitziend naar die samenstand hebben geleefd. Onze maatschappij besteedt er helaas weinig aandacht aan. Is dat wel geheel terecht? Kunnen we zomaar geloven dat de Maya’s, met ál hun galactische kennis en de vele prachtige gebouwen raaskalden? Waren het obsessieve bloeddorstige kindermoordenaars en trippende paddestoeleters? Ik dacht het niet! Valt het eenvoudig aan te nemen dat de onderzoekers de Maya-wijsheid verkeerd hebben geïnterpreteerd, en dat de nog levende Maya’s mogelijk ook kierewiet zijn omdat ze geloven in de overlevering ?

Het antwoord is simpel: de 2012-traditie bestaat al zo lang dat we er niet licht overheen mogen gaan. Rond 21 december 2012 zal een ingrijpende gebeurtenis plaatsvinden, daarvan ben ik overtuigd. En die overtuiging wil ik graag met u, de oplettende en bewuste lezer, delen zonder overmatig te vervallen in de Mayacultuur, maar het dicht bij huis, de ons bekende wereld, te houden.


Bewust-zijn van het heel-al


Het heelal kan beschouwd worden als een verzameling van wetten die rationeel te begrijpen zijn. Er zijn tegenwoordig vergaande modellen die veel - niet alle - wetten van de natuur kunnen vertalen naar bruikbare wiskunde voor bruikbare toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan de komst van de atoombom sinds men weet hoe het atoommodel in elkaar zit.

Sinds de kwantumfysica zijn intrede deed sleutelt men druk aan kwantumcomputers waarvan men weet dat ze vele malen sneller kunnen werken dan onze huidige computers. Stappen zoals deze zullen er ooit voor zorgen dat we een kunstmatig brein uit organische materie kunnen creëren. Of je met sommige gevolgen van deze uitvindingen blij moet zijn is een andere zaak, feit is dat we door deze kennis van ons heelal er een steeds meer gefundeerd beeld van kunnen vormen.

We leven in een wereld waarin het effect van zwaartekracht al sinds het groeien van de eerste appelboom aantoonbaar is geworden door het vallen van zijn simpele doch complexe vrucht. Toch zijn we er ons pas laat in de geschiedenis bewust van geworden wat deze kracht inhield voor ons stekje in het heelal. De laatste 360 jaar heeft ons westers continent met rasse schreden vooruitgang geboekt. Door het steeds beter begrijpen en documenteren van de natuurwetten leren we hoe het universum/multiversum werkt. Maar het bewustzijn dat we dankzij deze kennis kunnen vormen is niet van alle tijden en niet zo vanzelfsprekend als we nu aannemen.

We waren er (als evenzo weldenkende mensen) heel lang van overtuigd dat onze aarde plat was. Toen wij eenmaal wisten dat dit niet juist was dachten we dat wijzelf het centrum van existentie waren. De kroon op Gods schepping was, zo meende men, de mens die leefde op een planeet waar alle andere hemelobjecten zich rond concentreerden. Wij voelden ons werkelijk bevoorrecht en handelden daar logischerwijs ook naar. Het geocentrisme, het model met de Aarde als middelpunt van het heelal, kan het atomische model van het egoïsme genoemd worden. De restanten daarvan liggen nog aan de oppervlakte.

Het heelal kan beschouwd worden als een verzameling van wetten die rationeel te begrijpen zijn. Er zijn tegenwoordig vergaande modellen die veel - niet alle - wetten van de natuur kunnen vertalen naar bruikbare wiskunde voor bruikbare toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan de komst van de atoombom sinds men weet hoe het atoommodel in elkaar zit. Sinds de kwantumfysica zijn intrede deed sleutelt men druk aan kwantumcomputers waarvan men weet dat ze vele malen sneller kunnen werken dan onze huidige computers.

Stappen zoals deze zullen er ooit voor zorgen dat we een kunstmatig brein uit organische materie kunnen creëren. Of je met sommige gevolgen van deze uitvindingen blij moet zijn is een andere zaak, feit is dat we door deze kennis van ons heelal er een steeds meer gefundeerd beeld van kunnen vormen.

We leven in een wereld waarin het effect van zwaartekracht al sinds het groeien van de eerste appelboom aantoonbaar is geworden door het vallen van zijn simpele doch complexe vrucht. Toch zijn we er ons pas laat in de geschiedenis bewust van geworden wat deze kracht inhield voor ons stekje in het heelal. De laatste 360 jaar heeft ons westers continent met rasse schreden vooruitgang geboekt. Door het steeds beter begrijpen en documenteren van de natuurwetten leren we hoe het universum/multiversum werkt.

Maar het bewustzijn dat we dankzij deze kennis kunnen vormen is niet van alle tijden en niet zo vanzelfsprekend als we nu aannemen. We waren er (als evenzo weldenkende mensen) heel lang van overtuigd dat onze aarde plat was. Toen wij eenmaal wisten dat dit niet juist was dachten we dat wijzelf het centrum van existentie waren. De kroon op Gods schepping was, zo meende men, de mens die leefde op een planeet waar alle andere hemelobjecten zich rond concentreerden. Wij voelden ons werkelijk bevoorrecht en handelden daar logischerwijs ook naar. Het geocentrisme, het model met de Aarde als middelpunt van het heelal.

Na lang in de waan te zijn gelaten gingen we over op het heliocentrisme. Dat betekent dat we eindelijk wisten dat de Aarde rond de Zon draaide en de Zon het centrum van een zonnestelsel was. Het is een beter beeld van de werkelijkheid, maar desalniettemin onvolledig. Men had toen nog geen notie van meerdere zonnestelsels.

Nu weten we dat onze Zon ook een positie inneemt in een groter model. Zij heeft een baan rond het centrum van onze melkweg op de buitenkant van een van de spiraalarmen. We weten zeker dat het centrum een zwart gat bevat dat waarschijnlijk voor de geboorte van ons sterrenstelsel (de Melkweg) heeft gezorgd. Sinds ongeveer honderd jaar geloven we dat we in een spiraalvormig sterrenstelsel leven. Dankzij Hubble weten we dat er ook andere sterrenstelsels zijn, kennis die we nog maar 80 jaar bezitten. Heel recent, in 2009, werd ontdekt dat onze Melkweg 2 ipv 4 spiraalarmen heeft.

We leren steeds meer over het universum/multiversum, maar de opgedane kennis is nog lang niet algemeen. Dat de Aarde rond de Zon draait is voor iedereen duidelijk, maar dat er een evenzo beïnvloedend zwart gat in het centrum van onze melkweg zit is voor velen nog een nieuwtje. Misschien komt dat omdat we meer dan vroeger beseffen dat theorieën altijd alleen maar theorieën zijn.

Is het omdat Jan in de straat te vast in de uiterlijke wereld vastgeroest zit om zich bezig te houden met de essentie van zijn lichaam, geest en bestaan? Ik geloof dat we als mens zullen groeien door de krachten die ons maken en breken (proberen) te begrijpen. Door ze bewust te ervaren als bouwstenen van ons Zijn.


Galactische kosmologie


Toen de westerlingen nog op hun platte wereld leefden geloofden de Maya´s al dat het zonnestelsel ontstaan was vanuit een scheppende entiteit in het midden van de Melkweg: het zwarte gat. Ze noemden het Hunab Ku, wat zoveel wil zeggen als  schepper van ritme en maat.

Voor zover ik weet bestaat er voor dit geloof geen aparte naam zoals bij het geocentrisme en het heliocentrisme. We betitelen deze relatief nieuwe zienswijze zodoende met galactische kosmologie.

Zwarte gaten zijn afkomstig van geïmplodeerde sterren. Niet alle sterren worden overigens zwarte gaten.

De compressie van de zwaartekracht van de ster zorgt voor een singulariteit: een punt waarvan de zwaartekracht als oneindig te beschouwen is vanwege de oneindige dichtheid van de geïmplodeerde massa.

Alsof alle stukjes materie in 1 punt versmelten tot de oeressentie van het heelal. In theorie spreken we van een singulariteit die zich voordoet in één oneindig klein punt, maar in de praktijk is dit éne punt ongeveer 22,5 miljoen kilometer van doorsnede. Of hoe praktijk en theorie uiteen kunnen lopen.

Sterren komen, de logica van hun baan ten opzichte van galactischecentra in beschouwing genomen, uit zwarte gaten. Naast het destructieve aspect zijn de zwarte monsters dus ook opbouwend bezig. Vanuit de ultieme vorm van galactische orde waarin natuurwetten niet nodig zijn wordtchaos gecreëerd die incontrole gehouden moet worden door de hogere regels.

We draaien mee in een draaimolen, maar in plaats van telkens hetzelfde rondje te maken springen we geregeld over op een andere carrousel, die in meer of minder tijd zijn pad doorloopt. Deze werkwijze illustreert de niet-rechtlijnigecyclische beweging die de onderdelen van het heelal beschrijven. Uiteindelijk kunnen we stellen dat een zwart gat de materie met zijn natuurwetten afbreekt, om ze later opnieuw te vormen.

Deze mening wordt ondersteund door een van de grootste geleerden aller tijden: Stephen Hawking. In 1975 wist Hawking wiskundig te onderbouwen dat een zwart gat een grote eenheidsmaker is. Dat wil zeggen dat alle zwarte gaten qua opbouw hetzelfde zijn en alles wat erin gaat onherroepelijk verloren is.

Als ware het een gigantische shredder. Uit de zwarte gaten komt wel enige straling vrij, maar die bevat geen informatie over de inhoud van het zwarte gat, want die is afgebroken. We noemen het Hawkingstraling en doordat niemand het ooit heeft kunnen opmeten is deze galactische ruis vooralsnog volledig theoretisch. Volgens Hawking zou de vrijgegeven straling ervoor zorgen dat het zwarte gat langzaam verdampt.

In juli 2004 wijzigde hij echter van mening. Na jaren rekenen was hij niet meer zo zeker van de anonimiteit van de vrijgegeven straling en moest hij onderkennen dat ieder zwart gat uniek was. Dat zou willen zeggen dat een zwart gat niet verdampt, maar eerder een soort katalysator is: om de bepaalde tijd slokt het zijn voedsel op om het daarna langzaam te verteren en weer vrij te geven.

Een goddelijke benadering van een perpetuum mobile, zo lijkt het wel. Door de geordendheid van het heelal te erkennen weten we dat er uiteindelijk weer zonnestelsels kunnen worden gevormd en die mogelijkheid is meer dan genoeg om decyclus van scheppen en vernietigen te onderstrepen. De oude cyclus die lang geleden met rituelen in ere werd gehouden en waar wij nog steeds op vele niveau’s in meedraaien.

Onze geleerden zijn nog dagelijks bezig met het onderzoeken van de galactische visie. We hebben al 30 jaar gegronde vermoedens dat het centrum van de Melkweg een invloedrijk zwart gat bevat. Hunab Ku stelt zich aan ons voor. De doorsnede van het zwarte gat zou volgens metingen uit april 2004 zo’n 22,5 miljoen kilometer bedragen. Onze technologie laat het met mondjesmaat toe om het grote onbekende te onderzoeken. De informatie druppelt met een langzaam tempo binnen.

Wat we weten van een zwart gat is dat het materie opslorpt en de atomaire structuur ervan afbreekt. De materie wordt na het afbreken omgezet in radiogolven, waarvan er velen ook de aarde bereiken. Als we de Maya’s mogen geloven, dan zou de meest invloedrijke straling volgens een pulsering van 13 verschillende tonen geleverd worden. Enkele maanden geleden heb ik op een andere computer dan die van mij gelezen dat een wetenschapper een pulsering heeft gevonden waarvan de amplitude 13 verschillende niveaus kende. Helaas kan ik deze bron niet meer terugvinden, waardoor ik het niet als feit durf te poneren. Indien iemand dit kan staven of ontkrachten, dan houd ik me aanbevolen.

Er valt natuurlijk veel meer te vertellen over zwarte gaten. De theorieën gaan zó ver dat sommige zwart gaten deuren naar een andere kant van het heelal kunnen zijn. Televisieseries zoals Star Trek, en Stargate illustreren de spannende mogelijkheden daarvan. Het is interessante materie, maar niet geschikt voor dit artikel.

2012 Index >>>
Joël Van Kerkhoven
Joël Van Kerkhoven - http://JoelVanKerkhoven.com
Lexi Van Kerkhoven
Lois Van Kerkhoven
Levi Van Kerkhoven
Joël Van Kerkhoven